Home
Nieuws
Voorwaarden
en inschrijving
Deelnemers
Route
Verzorging
Medailles
Bereikbaarheid
en verblijf
Kennedymars
voor dummies
Historie
Foto
gallerij
Shop
Partners
Links
Contact
|
Kennedymars voor dummies
Training
Om goed voorbereid
te zijn moet men van te voren toch zeker de dubbele afstand van de mars
hebben gelopen. Begin met een uurtje wandelen, daarna enkele keren twee
uur. Vervolgens ongeveer de volgende opbouw: 20 km - 30 km - 35 km - 40
km en tenslotte als generale repetitie 50 km. Als die 50 km geen echte
problemen opleveren zou men in staat moeten zijn ook de 80 km te volbrengen.Tussen
de trainingsmarsen een weekje rust geeft het lichaam weer de kans geheel
fit te worden. Overigens kan een extra (avond-) wandeling ertussendoor
natuurlijk geen kwaad.
 Tijdens
de trainingstochten merk je vanzelf welke je zwakke punten zijn. Die kunnen
voor iedere persoon verschillen. Meest voorkomend probleem vormen natuurlijk
de blaren. Tijdens trainingstochten geven de blaren aan waar de huid nog
niet sterk genoeg is. Behandeling na binnenkomst is als volgt: met b.v.
een veiligheidsspeld aan beide uiteinden van de blaar een gaatje prikken
en het vocht uit de blaar drukken. Zorg dat het vel van de blaar mooi glad
op de onderhuid wordt aangedrukt. Deze vormt dan later een prima eeltlaag.
Doe ook wat jodium op de blaar . Normaal ontstaat er in de uren na de behandeling
van de blaar nog wat nieuw blaarvocht. Nogmaals doorprikken en uitduwen.
Soms voelt men dat de blaren eraan komen, maar dat ze nog niet behandeld
kunnen worden. Wacht dan met de behandeling tot enkele uren na de tocht.
De blaren zijn dan "rijp". Veel vervelender dan blaren zijn kapotgelopen
voeten. Dan is er sprake van echte wonden. Probeer dat te voorkomen. Het
is pijnlijk en maakt het lopen zeer moeilijk of zelfs onmogelijk. Voorkom
daarom ook dat blaren openscheuren, want dan heb je in feite ook een wond.
Wanneer je een bloedblaar oploopt, moet je er zelf vanaf blijven en je
laten behandelen door een gediplomeerd EHBO-er. Sommige mensen zweren bij
het vooraf dakpansgewijs afplakken van hiel, tenen of de hele voet met
sporttape. Men creëert als het ware een extra laag over de huid. Het
afplakken dient wel te gebeuren door deskundigen (Rode Kruis) om te voorkomen
dat de bloedcirculatie wordt verstoord. Dit is herkenbaar aan blauwe voeten
en is zeer gevaarlijk.Probeer het afplakken gewoon eens een keer tijdens
een training.
De huid
van de voeten kunnen we harden door dagelijks enkele minuten een koud voetbad
te nemen. Inwrijven met kamferspiritus helpt ook. Op deze manier bestrijd
je tegelijkertijd zweetvoeten. Dit moet je natuurlijk wel een aantal weken
volhouden.
 Een
probaat middel tegen blaarvorming is het insmeren van de voet met een speciale
vaseline of skinlube of gehwol (de "gewone", niet de "extra"), verkrijgbaar
bij de drogist. Men voorkomt wrijving en daarmee blaarvorming. Goed tenen,
hak en andere kwetsbare plaatsen invetten en bij een pauze controleren
en eventueel opnieuw insmeren.
Zorg dat
de teennagels niet te lang zijn, maar knip ze ook niet te kort.
Schoeisel
moet aan enkele eisen voldoen. Het moet ingelopen zijn en soepel en gemakkelijk
zitten, en niet te strak. De voet zwelt namelijk iets op na een tijdje
lopen. Te ruime schoenen zijn funest, want dan gaat de voet schuiven. Oneffenheden
aan de binnenkant of kapot binnenwerk zijn uit den boze. Dikke zolen voorkomen
dat men ieder steentje voelt na een paar uur. De hedendaagse sportschoen
is heel geschikt, zolang het droog blijft. Bij flinke regen of plassen
heeft men echter snel natte voeten. Met doorweekte voeten is men kansloos.
Het beste kan men naar een goede sportzaak gaan en een goed paar wandelschoenen
uitzoeken.
Sokken
behoren droog, naad- en stoploos te zijn en goed passend. Pluisjes verwijderen.
Plooien zijn funest. Harde plekken (b.v. van opgedroogd zweet) moet men
door wrijven en kneden soepel maken. Reserve sokken hebben de voorkeur.
Kleding
moet gemakkelijk zitten en kunnen "ademen". Trainingspakken zijn prima,
mits niet van kunststof.
Dringend
aan te raden is om een paar extra sokken mee te nemen. Ook als je geen
natte voeten krijgt vanwege regen of transpiratie is het prettig om b.v.
halverwege schone sokken te kunnen aantrekken. Overigens moet je proberen
zelf zo weinig mogelijk mee te sjouwen. Naast de sokken eigenlijk alleen
nog iets tegen regen of kou, als daar kans op bestaat, en eventueel een
extra boterham. Vaseline e.d. kun je in noodgevallen bij het Rode Kruis
krijgen. Sjouw ook geen dikke portemonnaie of portefeuille mee, maar hooguit
een klein beursje met genoeg geld voor drinken of eventueel wat eten. Zorg
voor munten en een telefoonkaart of een gsm, zodat je altijd naar huis
kunt bellen. Ideaal is natuurlijk als je een privé-verzorger hebt
die op bepaalde plaatsen klaar staat met b.v. reserve kleding, sokken,
schoenen, handdoek, paraplu, trui, muts, jack, vaseline/uier zalf, gehwol,
toiletpapier en je favoriete eten en drinken.
Trainingtochten
Natuurlijk moeten er een paar kilometertjes getraint worden. Het meest
handig is het om deel te nemen aan georganiseerde wandeltochten. Voor een
uitgebreid overzicht van tochten surf je naar het Landelijk
Wandel Programma of de Wandelkalender.
Tijdens de mars
-
Wandel je eigen tempo en ga niet te hard van start. Forceer je niet en
maak geen extra grote passen om met een ander in de pas te lopen. Maar
loop wel door en ga niet slenteren. Rust niet te veel. Iedere twee uur
een kwartier rust moet voldoende zijn met eventueel halverwege een wat
langere rust. Rusten blijft echter een individuele zaak. Als men te lang
rust, krijgt men het koud en verstijven de spieren. Enkele minuten met
de voeten omhoog is goed. Maar ga niet op de koude grond zitten. Zit men
er helemaal doorheen, dan kan een uur goed rusten en een stevige hap nog
wel eens de oplossing zijn. Van zingen onderweg kikker je op.
-
Probeer
ieder half uur een beetje te eten en te drinken, maar steeds in kleine
hoeveelheden. Neem geen alcohol en evenmin etenswaar die je normaal ook
niet gebruikt. IJs en koude dranken zijn af te raden. Een kop soep onderweg
is prima, of een warme hap. Fruit is altijd goed, ook tegen de dorst. Speciaal
"krachtvoer" vooraf is niet nodig. Gewoon goed blijven eten volstaat.
-
Door de steeds maar herhaalde bewegingen ontstaat de kans dat m.n. onder
de oksels, aan de binnenkant van de dijbenen en bij de bilnaad de huid
kapot schuurt. Transpiratie verhoogt het risico. Zorg derhalve dat dergelijke
kwetsbare plekken droog en schoon zijn . Preventief kan men er wat vaseline
of uierzalf op doen (maar weinig). Knellende kleding of harde stroken en
randen kunnen ook leiden tot schuren.
-
Bij een droge of schrale wind, bij koude of zon, maar ook door de dorst
kunnen de lippen schraal en pijnlijk worden. Zorg daarom voor een lippenbalsem
als Purol, Blistex of Labello. Bij een erg schrale of koude wind kan het
zelfs nodig zijn het hele gezicht in te wrijven en eventueel ook nog de
handen.
-
Door langdurig zwaaien met de handen omlaag kunnen gezwollen vingers ontstaan.
Aan te bevelen is ringen thuis te laten.
Loop
je bij duisternis, houd dan zeker de linkerkant van de weg aan wanneer
een trottoir ontbreekt. Nuttig is dan een kleine zaklamp en reflecterende
kleding. Veiligheidsvestjes zijn ideaal en al voor minder dan €
6,-- te koop (Aanbiedingen gezien vanaf € 1,99). De meeste botsingen
vinden plaats met fietsers en bromfietsers. Zij benutten vaak dezelfde
paden en zijn niet erg wendbaar. Laat als wandelaar of trimmer vroegtijdig
en duidelijk merken welke lijn jij aanhoudt. Kies in beginsel de berm.
|
|